top of page

Smishing en "grove nalatigheid": wanneer moet uw bank de schade dragen?

  • 31 jul
  • 4 minuten om te lezen

Cassatie 29 juni 2026 (C.25.0390.N) - een belangrijk arrest voor slachtoffers van bankfraude


U ontvangt een sms'je over een openstaande belastingschuld, u klikt op de link, en enkele minuten later is uw rekening leeggeroofd. Het overkomt meer mensen dan u denkt. De prangende vraag die dan overblijft, is telkens dezelfde: wie draait op voor de schade? Het slachtoffer of de bank? Een recent arrest van het Hof van Cassatie geeft slachtoffers op dat punt een stevig argument in handen.


Wat was er gebeurd?

Op 23 januari 2020 kreeg een KBC-klant een sms over een zogenaamde openstaande belastingschuld van 89 euro, met een betaallink. Wie het bericht las, ging ervan uit dat hij die 89 euro moest betalen. In werkelijkheid betaalde hij helemaal niets aan de fiscus. Door de stappen te doorlopen, gaf hij, zonder het te beseffen, zijn toestemming om de app KBC Mobile te installeren en te activeren op een nieuw toestel. En dat toestel was niet het zijne, maar dat van de fraudeur.

Vanaf dat ogenblik had de oplichter via KBC Mobile volledige toegang tot de rekeningen. In een handomdraai werd in totaal 24.852,15 euro weggesluisd. Een sms over 89 euro liep dus uit op een schade van bijna 25.000 euro.


De juridische inzet: 50 euro of alles?

De wet (artikel VII.44 van het Wetboek van economisch recht, de omzetting van de Europese betalingsrichtlijn PSD2) legt een duidelijke basisregel vast. Voor niet-toegestane betalingen die gebeuren vóór het slachtoffer de fraude bij zijn bank meldt, draagt de betaler in de regel maximaal 50 euro van de schade. Al de rest is voor rekening van de bank.

Op die geruststellende regel bestaat echter één belangrijke uitzondering. Wie zelf frauduleus heeft gehandeld, of wie zijn zorgvuldigheidsverplichtingen door grove nalatigheid niet is nagekomen, draagt wél de volledige schade. Precies op die uitzondering beriep KBC zich om terugbetaling te weigeren. De hele zaak draaide dus om de vraag: was het slachtoffer "grof nalatig"?


Wat is "grove nalatigheid" precies?

Hier ligt de kern van het arrest. Het Hof van Cassatie verduidelijkt dat grove nalatigheid méér is dan een gewone onoplettendheid. Het gaat om een gekwalificeerde schending van de zorgvuldigheidsplicht, een gedrag dat een aanzienlijke mate van onvoorzichtigheid vertoont.

Het Hof formuleert het scherp: er is pas sprake van grove nalatigheid wanneer de betaler iets doet, of net nalaat te doen, wat een redelijke, normaal zorgvuldige betaler nooit zou doen of nooit zou nalaten. De lat ligt met andere woorden hoog. Het volstaat niet dat iemand achteraf gezien voorzichtiger had kunnen zijn; zijn gedrag moet uitzonderlijk onvoorzichtig zijn geweest.


Wat besliste het Hof van Cassatie?

Eerst een procedureel maar belangrijk punt. KBC voerde aan dat het slachtoffer bij Cassatie niet ontvankelijk was, omdat de vraag naar grove nalatigheid een feitenkwestie zou zijn en het Hof van Cassatie oordeelt in principe niet over de feiten, enkel over het recht. Het Hof veegt dat argument van tafel: de invulling van het begrip "grove nalatigheid" is wél degelijk een rechtsvraag. Cassatie mag dus nagaan of de feitenrechter dat begrip correct heeft toegepast.

En dat deed het Hof. Het hof van beroep te Brussel had het slachtoffer grof nalatig bevonden en had daarvoor een indrukwekkende lijst van redenen aangevoerd: hij had een algemeen, onpersoonlijk sms-bericht blindelings vertrouwd; hij had niets geverifieerd, terwijl een eenvoudige aanmelding in MyMinFin volstond; hij had zijn beveiligingsgegevens ingegeven op onbeveiligde webpagina's waar hij zich niet op de gebruikelijke manier moest aanmelden; hij had zelfs de contextboodschap "Aanvraag abonnement OK?" op zijn kaartlezer gevalideerd; en hij had ook de automatische waarschuwings-sms'jes van de bank genegeerd.

Ondanks die stevige feitenreeks oordeelt het Hof van Cassatie dat de appelrechters op grond van die redenen niet wettig konden besluiten tot grove nalatigheid. Het middel is gegrond. Het bestreden arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof van beroep te Antwerpen, dat de betwisting opnieuw moet beoordelen.


Waarom is dit arrest zo belangrijk?

Net daar zit de betekenis van deze uitspraak. Zelfs met een op het eerste gezicht ongunstig feitenbeeld voor het slachtoffer, was de motivering van het hof van beroep juridisch onvoldoende om van grove nalatigheid te spreken.

Het Hof maakt zo het onderscheid tussen twee dingen die maar al te vaak door elkaar worden gehaald. Aan de ene kant staat de gewone zorgvuldigheid: wat een normaal voorzichtig persoon in die situatie had moeten nagaan of controleren. Aan de andere kant staat de grove nalatigheid: gedrag dat zo onvoorzichtig is dat een redelijke betaler het nooit zou stellen. Een reeks vaststellingen dat iemand voorzichtiger had kunnen zijn, beschrijft de eerste categorie, niet automatisch de tweede.

De praktische boodschap is duidelijk: het slachtoffer worden van een goed opgezette oplichting staat niet gelijk aan grove nalatigheid. Banken kunnen zich niet reflexmatig op die uitzondering beroepen om elke terugbetaling te weigeren. Bovendien herinnert het arrest eraan dat de bewijslast van de grove nalatigheid op de bank rust, en dat het loutere gebruik van de correcte code of de registratie van de transactie op zich geen voldoende vermoeden van nalatigheid oplevert.


Wat betekent dit voor u als slachtoffer?

Eerst een nuance: de zaak is nog niet definitief beslecht. Het hof van beroep te Antwerpen moet het dossier opnieuw beoordelen, en de uitkomst daar ligt niet vast. Dit arrest is dus geen automatische overwinning voor elk slachtoffer.

Toch is de draagwijdte reëel. De lat voor "grove nalatigheid" ligt aantoonbaar hoog, en de bank moet die grove nalatigheid ook echt bewijzen. Wie door zijn bank met een verwijzing naar grove nalatigheid wordt afgewezen, doet er dan ook goed aan die weigering niet zomaar te aanvaarden. Een grondige toetsing van de concrete feiten aan de strenge maatstaf van het Hof loont vaak de moeite.

Wordt u het slachtoffer van phishing of smishing, meld de fraude dan onmiddellijk aan uw bank en aan de politie, en bewaar zo veel mogelijk bewijsmateriaal, schermafbeeldingen van de berichten en webpagina's, tijdstippen, en alle communicatie met uw bank. Die stukken kunnen later het verschil maken.


Werd u getroffen door bankfraude en weigert uw bank de schade te vergoeden? Ons kantoor heeft ruime ervaring bij burgerlijke procedures tegen verschillende banken en wij bekijken graag samen met u of de weigering standhoudt tegenover de strenge criteria van het Hof van Cassatie. Neem gerust contact op voor een eerste bespreking van uw dossier.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page